De biotensor
Biotensoren
De biotensor is een fascinerend instrument waarmee we kunnen communiceren met ons onderbewustzijn.
Het is een meetinstrument dat kan worden gebruikt om verschillende onderwerpen te testen .
De beweging van de biotensor onthult de antwoorden die we zoeken.
De biotensor bestaat uit een handvat, een veer (de tensor) en een contragewicht aan het uiteinde.
Het is meestal gemaakt van lichtgewicht metaal en is ongelooflijk gevoelig voor aanraking.
Werking van de biotensor
EERSTE STAPPEN
De meting van de biotensor speelt zich af op mentaal niveau; dat wil zeggen, we moeten onze eigen innerlijke energie gebruiken om met dit apparaat te werken.
Om met deze energie zuinig om te gaan, moeten we op een paar punten letten als we langdurig met de biotensor willen werken.
Waarbij wij u er op willen wijzen dat alle dingen die hieronder worden genoemd, niet noodzakelijk zijn bij een enkele meting of een korte oefening met de biotensor.
1. Draag geen sieraden of een horloge, dit om de eigen energiestroom niet te verstoren.
2. Kruis uw voeten niet.
3. Zorg voor een rustige, prettige omgeving.
4. Neem de tijd om je volledig in te stellen op het werken met de biotensor!
Houd de biotensor losjes in de hand en maak zoveel mogelijk huidcontact met het handvat.
De twee belangrijkste meetmethoden
1] DE PENDELMETHODE (JA/NEE):
Deze methode werkt op dezelfde manier als met een slinger. Houd de biotensor vast zodat de ring horizontaal staat.
Denk mentaal aan een “JA" en verplaats de biotensor opzettelijk langzaam op en neer; en blijf focussen op ”JA".
Stop nu de tensor zonder deze aan te raken. Pas als de tensor weer volkomen kalm is, doe je hetzelfde verticaal met een "NEE".
Beweeg met "NEE" de tensor heen en weer.
Als je vanaf nu "JA" denkt, moet de biotensor automatisch (zonder hem bewust te
verplaatsen) op en neer zwaaien.
Met deze ja/nee methode kun je nu vragen stellen, de biotensor reageert met
omhoog/omlaag voor 'JA' en heen en weer voor 'NEE'.
Belangrijk: stel alleen vragen die duidelijk met "JA" of "NEE" kunnen worden beantwoord (niet ofwel ... of).
2) DE REFERENTIETEST
Dit heeft als voordeel dat na enige oefening de concrete vraagstelling, zoals bij de
pendelmethode noodzakelijk is, bijna volledig vervalt.
Bij de referentietest houd je de tensor vast tussen product en testpersoon.
De mentale vraagstelling is hier In dit geval: "Als dit product bij mij (u) past, dan moet de biotensor verbinden, zo niet, dan zal het zich afwenden!"
Twee metingen in één
Omdat bij het testen van verschillende producten vaak niet één, maar meerdere stoffen passen, zijn er een paar manieren om de optimale te vinden.
U kunt bijvoorbeeld de pendel-methode gebruiken om te vragen welke van de juiste producten het beste is.
Makkelijker en sneller is het doen van twee metingen in één.
Je doet dan ook de referentietest en formuleert mentaal nogmaals je vraag.
“Hoe beter het product past, hoe sterker de tensor zal schommelen."
Het werkt natuurlijk ook in omgekeerde richting.
“Zoveel te minder het product past, hoe sterker de tensor zich zal afscheiden."
Hetzelfde geldt ook voor energiemetingen, die een rechtsdraaiende of een linksdraaiende verklaring hebben. Hoe hoger de te meten energie, zoveel te sterker de rotatie van de biotensor.
Nog vragen?
Bedenk dat de resultaten van de testen geen fysiek herleidbare meting zijn en de juistheid ervan daarom niet kan worden gegarandeerd.
Neem bij klachten, ziektes of een diagnose altijd contact op met uw huisarts.